← terug naar het journaal
achter het werk · augustus 2026

Hoe één foto ontstaat

Mensen denken soms dat zo'n foto een middag kost. In de praktijk kost het een week, en het grootste deel van die week doe ik helemaal niets. Dit is wat er werkelijk gebeurt tussen het moment dat een bloem op mijn tafel belandt en het moment dat een print mijn studio verlaat.

Het begint met de verkeerde bloem kopen

Ik zoek niet het mooiste exemplaar. Ik zoek er een die interessant uit elkaar valt — een steel met karakter, blaadjes die gaan krullen in plaats van gewoon vallen. Dat kun je in een winkel niet met zekerheid beoordelen, dus koop ik er meer dan ik nodig heb en accepteer ik dat de meeste nergens toe leiden.

Daarna gaat de bloem op tafel en laat ik hem met rust. Ik hebeerder geschreven over waarom ik wacht, maar de praktische kant van wachten is minder romantisch dan het klinkt: ik loop dagenlang tien keer per dag langs dezelfde bloem, en negen van de tien dagen valt er nog niets te fotograferen.

Licht dat ik zelf beweeg

Ik wacht niet op het licht. Ik maak het.

Elke foto is een lange sluitertijd. Terwijl de sluiter openstaat bewerk ik het licht — het verschuift, het beweegt, en aan het eind is de bloem anders belicht dan aan het begin. Wat de camera vastlegt is geen moment maar een stuk tijd, in lagen samengebracht in één beeld.

Daar komt de beweging in deze beelden vandaan. Het is niet de bloem die beweegt, en er wordt achteraf niets toegevoegd. Wat je ziet is gemaakt terwijl de sluiter openstond.

Hoe precies, dat houd ik voor mezelf. Elke fotograaf mag één ding hebben dat hij niet uitlegt.

De achtergrond is bewust stil: één toon, geen textuur die concurreert. Alles wat ik uit het beeld haal, is één ding minder tussen de kijker en de bloem.

Het moment, en hoe je het herkent

Meestal is er één dag — soms één uur — waarop een bloem precies in de staat is die ik zoek. Voorbij het hoogtepunt, maar nog niet ingestort. Nog in vorm, en tegelijk duidelijk al losgelaten. Het is een spanning die je meer voelt dan ziet, en als je hem mist, komt hij niet terug.

Ik regisseer niets. Ik registreer wat er al is. Die gewoonte komt rechtstreeks uit mijn documentaire werk — de bloem is gewoon een onderwerp dat nooit poseert.

Als dat moment er is, werk ik het in één sessie af. Een handvol opnamen, elk met een lange sluitertijd, met kleine verschuivingen in hoek en afstand ertussen. Geen honderden varianten — tegen die tijd zijn de meeste beslissingen allang genomen.

Bewerken: vooral beslissen wat je niet doet

In Lightroom en Photoshop werk ik terughoudend. Tonale balans, het contrast net iets bijstellen zodat de donkerste plooien hun detail houden, een stofje wegwerken dat de sensor heeft opgepikt. Wat ik niet doe, is kleur verzinnen die er niet was, of de bloem boetseren tot iets dramatischers. Het onderwerp doet het moeilijke werk al; mijn taak is om niet in de weg te lopen.

Dit is ook de fase waarin de meeste beelden stilletjes sneuvelen. Uit een week wachten komt misschien één opname waarmee het de moeite waard is om verder te gaan — en vaak is er geen enkele, en gaat de bloem op de composthoop zonder ooit een foto te zijn geworden.

In de print wordt het echt

Een beeld op een scherm is een voorstel. Het wordt pas het werk als het geprint is. Ik maak proefprints, bekijk ze bij daglicht en pas vaak nog iets aan — een toon die op een verlicht scherm prachtig oogt, kan op mat fine art papier vlak worden. Dat gat tussen scherm en papier is precies waarom ikzoveel geef om hoe een print gemaakt wordt.

Pas als een print zich staande houdt aan de muur, in wisselend licht, over meerdere dagen, krijgt hij een titel, een oplagenummer en een plek in de serie. Alles daarvoor is voorbereiding.

Waarom ik je dit vertel

Niet om het proces heldhaftig te laten klinken — het is grotendeels geduld en teleurstelling. Maar als je voor zo'n print staat, helpt het misschien om te weten dat je kijkt naar één uur dat een week wachten heeft overleefd, en naar één opname die al het andere heeft overleefd.

Benieuwd naar een bepaald werk, of hoe het in jouw ruimte zou staan? Ik denk graag met je mee.

neem contact op →